30 oktober 2011

Ik werd wakker met een intens gevoel van rouw. Tekst in mijn dagboek meteen na ontwaken:

Maar ze komt niet terug want ze laat zich vallen - in de kippenren, je faalde overal in en nu ga je dood in een balletdans. Ik fiets 's avonds door de eenzame velden, luidruchtige ouders met kinderen fietsen langs me heen. Niemand kijkt naar mijn bebloede gezicht. Alles doet pijn. Ik beweeg maar heel langzaam. Ik hoop zo dat je me inhaalt. Je jonge ogende opgestoken moeder leert haar dochter om door de tegenliggers in te rijden, en later rijden ze op mij in, ze gaan voor me fietsen zodat ze kunnen remmen. Ik rem eerst. Waarom schrikt mijn gezwollen gezicht haar niet af? We rijden verder de Sofiawegheuvel af waar ik ooit ben aangereden. In mijn fietsbel zie ik dat er nauwelijks bloed op mijn gezicht zit. De zwelling heeft mijn mond vervormd tot een glimlach. Mijn hart voelt zwaar van verlies, ik mis je zo. Ik kijk en zie ons huis. Weet je nog, ons huis? Het is vanbinnen groot en er is een warm, geel licht. Ik kan in het huis binnen. Als ik mezelf weerspiegeld zie in de grote gele kerstballen denk ik dat ik doodga van verdriet. Kom alsjeblieft hier, meisje, je moet niet denken dat het leven je haat. De voorstelling ging alleen maar over nare dingen, waarom speelde je ook de hoofdrol en waarom had je die ketting om je nek? O, god, ik moet je nú bellen.
Je neemt op en zegt mijn naam. [het geluid is vervormd en maakt je onverstaanbaar.] Je stem klinkt zo laag. Huilend zeg ik jouw naam. Kom je hier? Ik ben bij ons huis, weet je nog, ons huis? Het regent buiten. Je snikt dat je pas bij dat ene hek bent, en dat je dus niet weet of... Ik had je op moeten halen, ik had je mee moeten nemen. Ik huil rustig maar. Ik ben zó verdrietig, want het voelt alsof je me aan het ontglippen bent. Ik hou van je, zeg ik, het klinkt als ik jou van jou.
Ik zeg jouw naam. Ik zeg: jij bent ... [....]. Je zegt. Dan ben jij... [....].

(Haar laatste woord klinkt als 'Cecilia', maar ik kan het niet goed verstaan en bovendien werd ik op dit moment wakker, tot mijn afschuw. Het is nu uren later maar nog steeds voelt mijn hart te zwaar om te blijven hangen.)

25 oktober 2011

Kijk, dit is nu een webdesigner naar mijn hart! (Ook niet sarcastisch! Etcetera!)

Weet je wat, ik ga nu een design maken in Photoshop.
Dat je me stalkt op deze manier helpt echt, thanks :) (niet sarcastisch <- ook niet sarcastisch <- ook niet sarcastisch <- kut, hoe laat ik nou weten dat ik niet sarcastisch ben?)

13 oktober 2011

WOLKENRIDDER

Schetsen voor een blad waarvan ik zeg wat het is als het af is (lijkt me toch discreter!). Ze willen alleen geen zwaan! :-( Nu moet ik even snel iets anders bedenken. De zwanen waren trouwens voor Bert en Anne. Sterkte, Bert en Anne!


8 oktober 2011

ACTEUR-LONGLIST

Acteurs die ik ken en leuk vind voor te kleien in de 't Hoogt-etalage, waar dan te weinig actie, horror en sci-fi tussen zit:

4 oktober 2011

schetsen voor Noor

Ik mag de etalage van 't Hoogt inrichten! Ik mailde Noor een brainstorm, maar de mail wilde de plaatjes niet versturen. Hoi Noor! Hier zijn ze:


28 september 2011

22 september 2011

Ik hou van mijn zusje. Het zou privacyschending zijn om haar hele mail te citeren, dus ik citeer een klein stukje zodat je er in principe geen touw aan vast kunt knopen, maar toch begrijpt waarom ik zo veel van haar houd.

Ik ben weggegaan bij de uil, dat is wel gek. Vorige week miste ik het ineens heel erg en toen voelde ik me ook een soort ondankbaar, omdat het me zo veel gegeven heeft en ik het zonder enige vorm van afscheid de rug heb toegekeerd. Het was een heel mooi begin. Maar het is goed om verder te gaan. 

Je bent trouwens een aap dat je zo weinig hebt geslapen.

14 september 2011

Ik: Sandeeeeer, vind je mijn project wel bijzonder genoeg?
Sander: Ja.
Ik: .... Waarom dan?
Sander: Omdat jij het doet.

7 september 2011

Projectvoorstel Fiep Westendorp Stimuleringsprijs

Projectvoorstel Menah
Fiep Westendorp Stimuleringsprijs 2011
Werktitel: ga nog niet dood ga nog niet dood ga asjeblieft nog niet dood ik ben er nog niet klaar voor.

Wat:
Mijn project voor de Stimuleringsprijs zou gaan over bang zijn dat mijn vader doodgaat. Die angst houdt me dermate bezig dat ik al vaker heb overwogen er een keer een kunstproject van te maken. Om er eens in te duiken: toe te geven aan al mijn gevoelens, het er maar uit te gooien, en stiekem ook om een document te maken dat me voor kan bereiden op het uit eindelijk zeer waarschijnlijke eindigen van mijn vaders leven.

Hoe:
Mijn werk is doorgaans van zeer persoonlijke aard. Ik zie graag de menselijkheid van een mens onder ogen, schuw openheid noch van mijzelf noch van anderen. Ik denk dat ik door heel eerlijk te zijn over gevoelens, ik mijn werk ook toegankelijk maak voor anderen. In onderwerpen als nostalgie, gemis, loslaten en angst kan men denk ik altijd wel iets van zichzelf herkennen.
Op die manier kan een portret van, of zelfs een ode aan een man, in al haar intimiteit iets worden dat een breed verhaal vertelt. Over angst bijvoorbeeld, of gemis, of de relatie tussen een ouder en een kind.
(Misschien wel twee ouders en een kind. Ik weet niet zo goed waarom de angst zich zo specifiek op mijn vader richt. Het zou kunnen dat ik uiteindelijk ‘angst voor het verlies van mijn ouders’ als onderwerp neem.)


Voortbordurend op eerder werk:
In mijn werk laat ik vaak intimiteit en kwetsbaarheid zien - voornamelijk die van mijzelf, in de vorm van, naar ik vrees aan exhibitionisme grenzende, autobiografie. Ook speelt mijn angst en moeite met dingen loslaten een rol in de dingen die ik maak. Verder is mijn interesse voor mensen een passie te noemen, die zich doorgaans uit in mensen portretteren.
Van bovenstaande onderwerpen laat ik hier een paar voorbeelden zien:

Portretten:




Intimiteit en nostalgie:



Angst:



Kwetsbaarheid:




- Mijn eindexamenwerk (illustratie op de HKU, 2011), 'Ik wil het blikje zijn waar je je geheimen in bewaart', gaat over de rol van degene die geheimen toevertrouwd krijgt in de huidige informatiemaatschappij.
Voor dit project voerde ik intieme gesprekken met 17 mensen, waarin zij mij een geheim van zichzelf vertelden.
Deze geheimen zette ik om in beelden, met de verteller van het geheim geportretteerd in ieder beeld. Het hoofd en de naam van de verteller zitten onder een kraslaag, opdat het publiek zelf kan beslissen over het lot van de personen met de geheimen.

In mijn eindproject heb ik mijn fascinatie voor mensen en hun verhalen kunnen gebruiken in een hedendaagse context. Ik heb geportretteerd zonder me aan een gezicht vast te klampen. Ik heb me in persoonlijke informatie gestort en kwetsbaarheid gecreëerd. En ik heb daar mensen mee kunnen raken, zowel de geheimenvertellers als het publiek. Dit zijn dingen die ik ook in volgende projecten zou willen bereiken, vandaar ook dit idee. 









- Heimweedoosje
Als kind heb ik ooit een doosje ingericht, dat ik mee zou kunnen nemen als ik ergens ging logeren, voor als ik heimwee kreeg.
Ik had niet echt last van heimwee, maar hechtte toch veel waarde aan het doosje, en ik heb het nog steeds. Want het zit vol met relikwieën uit mijn jeugd.

Om terug te komen op mijn plan voor deze Stimuleringsprijs: ik moet aan mijn heimweedoosje denken bij dit idee. Ik merk dat ik mijzelf een document wil geven, om op terug te kunnen grijpen als mijn vader ooit dood is.

Ideeën voor uitwerkingen
 - Een serie werken met hypothetische situaties. Tekeningen van mijn vader met mijn nu nog ongeboren kinderen, of muzikanten op zijn begrafenis. Ik wil niets uit de weg gaan en alles onder ogen zien. Hopelijk volgt er een soort van loutering.
- Een boek dat deels gaat over mijn vader en deels over de angst voor zijn dood. Een portret, een lofzang, die ver in de toekomst reikt, en ook in mijn hoofd.
- Tekst zou een rol mogen spelen in het project. Ik hou erg van schrijven.
- Mijn vader betrekken in het project. Samen met hem tekenen en schrijven over zijn sterfelijkheid.
- Iets maken dat mij heel concreet voorbereidt op zijn dood.
- Anderen in het project betrekken: gesprekken voeren met vaders en kinderen, ze tekenen, over ze schrijven.
- Vanuit het idee van de dood een ode brengen aan het leven. Proberen te beseffen dat mijn vader er nog is, en mijzelf eraan herinneren dat de dreiging van de dood daar niets aan verandert.
- Eén van de onderliggende thema's uitwerken op een onderzoekende manier: hoe werkt angst? Hoe zit een relatie tussen ouders en hun kinderen in elkaar? Wat is de dood? Waarom kan ik niet relativeren? Etcetera.
- Illustraties van dagelijkse situaties waarin je rouwt om iemand die er nog is. ('Rouwt', eigenlijk, want hoe weet ik nou hoe ik zou rouwen?)


Begin financieel plan:
- Om te overleven heb ik tussen de 600 en 800 euro per maand nodig (met behulp van bijbaan).
- Mijn eindexamenproject kostte me ongeveer 1000 euro.

Daarvan betaalde ik:
* materiaal voor proeven
* materiaal voor research
* materiaal voor de uitvoering van de tekeningen (17 tekeningen)
* printkosten boekjes (leeuwendeel) (oplage: 50)
* verder materiaal boekjes (papier, omslag, kraslagen)
* materiaal voor de promotie
* drankjes van geheimenvertellers
* een etentje met mijn vormgeefster.

Daarvan betaalde ik niet:
* expositieruimte
* educatie/cursus/gesprekken met professionals
* webdesigner
* uurloon vormgeefster.

- Wat ik me voorstel bij 'investeringen': teken- en schilderbenodigdheden, kosten drukker (eindexamen is geprint en niet gedrukt, eventueel boek zou ik graag laten drukken), kosten expositieruimte, kosten treinkaartjes.


Lieve Bouke, alvast bedankt voor je reactie! :-) Liefs van je onwetende en dankbare nichtje.



5 september 2011

Die zou je moeten laten analyseren.

Waarom mijn vader en zus er zijn weet ik ook niet. Zij lijken het weinig problematisch te vinden dat we in het huis zijn van de naarste jongen. Hij is veranderd, zie ik uit mijn ooghoeken. Ik loop stuurs voor hem uit, naar hoeken van het huis. Er moet een film gekeken worden. Tijd verstrijkt. Ik zit in een hoek van het bed. Hij heeft zijn benen diagonaal langs mij heen gedrapeerd. Hij heeft dezelfde grijze schoenen als ik. Die schoenen zijn te onschuldig, die mag je niet aan doen als je zo verdorven bent als hij. Waarom zit hij zo dichtbij? Ik maak huilerige geluiden terwijl ik probeer verder van hem vandaan te zitten, maar ik moet niet van het bed vallen. Mijn vader en zusje vermaken zich. Ik zie dat zijn haar alleen nog uit plukken zwart en wit bestaat. En dan wordt mijn blik als een magneet naar hem toegetrokken. Ik voel hoe gretig mijn nieuwsgierigheid wordt bevredigd. Ik kijk hem lang aan, en hij mij. Hij lacht toegeeflijk. Ik ben heel erg in de war, ik wil geen onderonsje met hem, dat heb ik nooit gewild, en nu heb ik het toch. Wat is hij dun geworden. 'Wat ben je tiny!' zeg ik vertederd. Ik walg van mijn eigen emoties. Hij lacht naar me en zijn brede tanden steken geel af tegen zijn haar. Ik herken iets van vroeger in die tanden. Zijn verschijning lijkt volkomen nieuw, een kostuum van onschuld. Maar zijn grauwe gezicht jaagt me zoveel angst aan dat ik niets meer zeg en niet meer beweeg. Nu kijkt hij naar mij met zo'n onderzoekende blik, en ik zie mezelf. Hoe oud mijn gezicht is geworden. 'Je bent zo... krullerig', zegt hij, en ik schaam me voor mijn oude, gegroefde gezicht. Mijn haar, ik heb er al een tijd niets meer aan gedaan.
Ik vlucht naar een ander vertrek in zijn huis. Er staan onafgewerkte houten schappenkasten in. Ik heb er een heel klein ladenkastje in staan, zo eentje waar je zaadjes in bewaart. Bij mij zitten er zwarte muizen in. In het ene laatje zitten twee kleintjes. In het laatje ernaast twee middelgrote. Daarnaast twee grote. Ik maak me zorgen over hun welzijn.
Dan blijken de middelste muizen te stikken. Ze zitten in een gekreukeld plastic zakje, dat heftig met ze meebeweegt. Aan de binnenkant zitten druppeltjes van hun adem. Piepend en hijgend bijten ze in het plastic, om vrij te komen. Ik wil ze helpen, maar raak in paniek van hun agressieve bewegingen. Ik ben bang dat ze me zullen bijten. Ik ben bang dat ze me zo ver zullen bijten dat ik met mijn vingers diep in hun lijf zal zitten en hun bebloede ingewanden zal voelen.
Ze scheuren het plastic open en twee zwarte hoofden werken zich naar buiten. Alle muizen vluchten nu naar beneden en rennen over de grond.
Ze gaan de trap af. Ze gaan naar de kamer met het bed met mijn vader en mijn zus en de jongen die ik nooit meer wilde zien. Ik gil herhaaldelijk. Het lijkt niets uit te maken. Ik gil harder en mijn stem klinkt lager. Overal om me heen rennen zwarte muizen en ik daal verder af naar de gang, waar het steeds donkerder wordt.

De enorme muis komt pas als ik wakker ben. Hij is groter dan ik en ik ben te moe om te bedenken wat ik ook alweer moet doen tegen mensgrote zwarte muizen. Het is vijf uur 's nachts en ik heb nog steeds geen baan en ik heb nog steeds mijn boekjes niet af en ik heb nog steeds geen presentatie en ik heb nog steeds geen plan.

16 augustus 2011

Rare Woorden

Een voorzichtig begin.


Woorden die heel anders worden wanneer je één letter verandert, toevoegt of weghaalt:

vervelend - wervelend
wervel - vervel
ontrasteren - contrasteren
baseline - vaseline
regenen - regeren
genome - genomen
beitelen - betitelen
dozen - doen
bestelt - nestelt
engel - egel
finder - einder
ontwerpen - Antwerpen
earnings - earrings
verven - verwen
bechamel - belhamel
aanrader - aanrander
gelul - geul
vetverdeling - vetveredeling
wandelen - aandelen

Woorden die je verkeerd leest of verkeerd typt en die dan een hele vreemde betekenis lijken te krijgen:

doodschap
verwaardelozen
Nederlandsers
reuzenrand
pindacode
kotsbaar
vrijgazellenfeest
liegs
rekeningbummer
doodzoek
zondenbrandcrème
ik zink elke dag onder de douche
prijzenheld
parkietvloer (met dank aan Sander)
mistverstand (met dank aan Renske)
kermwoorden
relfax

31 juli 2011

Lieve Sacha,

Ah, kut naäap piemels! Toevallig zat ik net nog te denken aan ons kleurproject, en dat ik veel zin heb om dat te gaan doen :-) ik dacht ook september! Het is een deal!
En uitgerust -PHA!
Hoe gaat het met jou intussen? En Guido? Ik miste hem donderdag!
Ik zit in Nijmegen bij mijn ouders geforceerd te tekenen zonder welke vorm van inspiratie dan ook. Behalve dan dat ik vannacht droomde dat ik probeerde viool te spelen met een strijkstok die een klein zaagje was, maar geen geluid uit het ding kreeg. En toen was de viool ineens weg, waardoor ik dus vergeefs probeerde geluid uit mijn onderarm te krijgen en in plaats daarvan herhaaldelijk in mijn pols sneed.
Details zijn dat in de droom mijn vader, moeder en zus vioolles volgden, en dat ik in het echt als kind viool heb gespeeld.
Ik maak daar nu een lelijke tekening van, maar ik denk vooral dat dat de beste manier is om aan je uit te leggen hoe ik me voel als ik nu probeer kunst te maken.
Wel heb ik teveel geld uitgegeven aan iets dat ik geloof ik zowel naar de gay-pride als jullie bruiloft aan kan.
Oei, nu zit ik tegen je te raaskallen! Liefs!



4 juli 2011

All work and no play

Het afstudeerjaar was zwaar, maar ik heb toch ook heus wel lol gehad met mijn plaatjes:


27 mei 2011

Nog anderhalve week

De kelders waren onder elkaar gestapeld, als uitgeholde kubussen, dikke bakstenen wanden met zwarte gapende gaten, en aflopende wegen en doorgangen. Sander en ik waren er midden in de nacht, ik weet niet waarom. Het leek een soort parkeergarage en we hadden er duidelijk iets te zoeken dat we niet vonden. Vervelend was ook dat de kelders kennelijk onder constructie waren; overal lagen brokstukken, sommige wanden waren opgebouwd uit enkel geraamtes van houten latten, en hier en daar stonden chagrijnige bouwvakkers hun werk te doen.
Ergens diep in de donkere vertrekken gingen we maar zitten, met een clubje, op houten banken, zoals die er vroeger in de gymzaal stonden en waarvan ik altijd alleen maar deed alsof ik meehielp met optillen.
Ik praatte met Misha, en vroeg me af waarom ik me zo naar voelde. Toen pas besefte ik dat er heel naargeestige klassieke muziek op stond, de bouwvakkers hadden hem ook te hard gezet. Ik liet Sander vragen of ze daarmee op wilden houden.
Meteen daarna schalde door de nachtelijke kelder, heel hard, het allerengste stuk muziek dat ik ooit heb gehoord. (Ook in wakkere toestand raak ik finaal van streek van dit stuk, en ik kan de ernst hiervan maar moeilijk onder woorden brengen.)
De muziek stond zo hard, en de kelders waren zo diep en donker, en ik was zo bang, dat ik niets anders meer kon dan alleen maar heel hard gillen. Ik zag de muren van heel dichtbij, en ervoer de angst op een hele andere manier dan ik normaal doe. Normaliter verstijf ik, dit vol overgave toegeven aan mijn angst door te schreeuwen voelde bijna bevrijdend.
Sander keerde kwaad terug naar de bouwvakkers, om ze te manen op te houden met mij bang maken. Intussen vluchtten Misha en ik de kelders uit. Toen ik boven was, zag ik dat Sander nog bij de bouwvakkers was, en dat ze ruzie hadden gekregen. En onder de luide muziek zag ik hoe één van de werklui als een daad van provocatie met een maai van zijn arm het houten geraamte onder het plafond weg zwaaide.
Het regende stenen en ik wist dat ze Sander ermee zouden vermoorden. Een verlammende paniek maakte zich van me meester, temeer daar ik besefte dat ik Sander niet alleen niet kon redden, maar dat ook niet durfde, vanwege de muziek en de duisternis.

23 mei 2011

Oogwit

Zonet laatste twaalf uur aan scriptie gewerkt. Liep naar boekenkast om boek over Schiele te pakken. Kwam langs spiegel. Schrok me dood, iemand keek me superstrak aan en dat terwijl ik me apathisch voelde.
Nu erg nerveus want tien word-documenten aan het verzenden naar mijn theoriedocenden. Please haat me niet voor het sturen van tien word-documenten in plaats van een bondig PDF'je.
Please please please please please en nu ga ik naar bed.

19 mei 2011

Mijn scriptie in hoofdstukken.

1. Jezelf zijn
2. Gekend worden
3. Privacy en Kwetsbaarheid
4. Mijn ode aan de kwetsbaarheid

Alziende Ogen

Vroeger stond ik met mijn opa in een Kathedraal. Althans, ik dacht dat het een kathedraal was, omdat ik dacht dat kathedraal 'hele grote kerk' betekende. Maar het was vroeger, dus misschien was het wel niet zo'n hele grote kerk, wat de kans dat het een kathedraal was in feite vergroot.
Goed. op het plafond van de kathedraal stond een oog geschilderd. Mijn opa vertelde mij dat dat oog het 'alziend oog van god' voorstelde. Trouwens, misschien was het mijn oma wel die dat vertelde. Maar ik weet nog wel dat ik dat oog zag en wat ik er zoal bij dacht. Ik wilde ook zo realistisch ogen kunnen tekenen. En natuurlijk vroeg ik mij af of, als er een god bestond (dat werd in het midden gelaten), die mij echt altijd kon zien.
Ik kan me ineens een heleboel alziende ogen herinneren.
Sinterklaas, had je. Die wist op de een of andere manier ook alles wat je deed, al leek hij daar in mijn ervaring eerder een sensor voor te hebben dan een oog.
Mijn ouders, die ik soms ineens ontwaarde in de kier van mijn slaapkamerdeur. Nu vind ik dat creepy klinken omdat ik niet graag een persoon zou opmerken in de kier van een deur, maar toen zat de ellende hem er vooral in dat ik op dat tijdstip van de avond niet meer mocht lezen en dus betrapt was.
Leraren op school, en als je dan opkeek van je schrift en zag dat ze al die tijd naar je hadden zitten kijken. En overblijfmoeders op het schoolplein.
En nu dan, bewakingscamera's. In bankgebouwen en op school, of zwaaien naar de pinautomaat, of misschien zelfs in pashokjes en wc's, zoals ik soms heimelijk vrees. Of in boeken van George Orwell of films van Charlie Chaplin.
Een vriend van mij nam ooit met een groepje het zekere voor het onzekere om deze panoptische samenleving een hak te zetten, en stal midden op de dag in een drukke stad zijn eigen fiets met een grote ijzerschaar onder het oog van een bewakingscamera. 'Kom mij dan stoppen', leek zijn schaar te mimen naar de man achter het alziend oog.
De camera en vreemd genoeg ook de mensen op straat deden niets. Wie er dan wint is mij ook niet helemaal duidelijk.
En laten we vooral de satellieten niet vergeten (of verrekijkers of andersoortige telelenzen, for that matter), want daaraan denk ik wel eens als ik in een bos loop en me afvraag of ik hier dan ongezien ben.
Sinds een aantal jaar creëren wij ook alziende ogen achter onze vitrages. We bestaan namelijk op internet. En op internet kan zo'n beetje iedereen komen. Iedereen die daadwerkelijk over een computer en een internetverbinding beschikt, kan op openbare websites loeren. Eigenaars van die websites, ik noem een facebook, kunnen dan weer op álle profielen en dergelijke komen, en de gegevens en privé-informatie zien van hun, ik wou bijna zeggen onderdanen. Hackers zijn nog gezegender met internet, omdat zij zo slim zijn dat ze steeds weer nieuwe manieren vinden om binnen te dringen in onze digitale gegevens. Zo vertelde Ernest mij dat er nu hackers zijn die met een programmaatje alle gegevens in je computer als het ware kunnen opzuigen, als ze bijvoorbeeld in hetzelfde café als jij zitten te laptoppen. Met al je gegevens bedoel ik dan het wachtwoord van je internetbankieren en je gmail enzo.
Maar naast al deze riskante dingen, en gegevens die wij nu eenmaal op internet móéten zetten, doen wij ook met z'n bijna allen vrijwillig mee aan het posten van persoonlijke informatie op internet met gebruik van sociale media.
En waar heb ik het over! Buiten die computer bestaan we ook nog. Flaneren we al in de avonden zwalkend over de straten sinds de uitvinding van elektriciteit.
In feite is de hele maatschappij een alziend oog.

Wat doe je met een alziend oog? Hoe gedraag je je? Ik denk: bewust. Het probleem met bekeken worden is dat je je overal denkt toe te moeten verhouden. Ik merk dat als ik in de spiegel kijk waar iemand bij is, want dan zie ik aan mijn blik dat ik nog steeds niet mezelf aankijk, maar die ander, want ik herken mezelf niet. Ik kijk heel kort in de spiegel (met een peinzende blik die, besef ik nu, aan de ander uit moet leggen waaróm ik in de spiegel kijk) en als ik al frommel dan frommel ik dus, in plaats van, ik weet niet, met heel veel aandacht iets uit mijn oog halen, of mijzelf bekijken vanaf plezantere camerastandpunten dan recht van voren.
Het is als wanneer je gefilmd wordt terwijl je loopt.
Of zelfs zoals wanneer je merkt dat je ademt.

Een mens die aangepast zou zijn aan deze nieuwe tijd zou er dus een van de volgende twee moeten zijn:
- iemand die zich enkel verhoudt tot zichzelf, en zijn bewustzijn als enig alziend oog beschouwt, terwijl hij zich niet bekommert om de mensen die om hem heem staan terwijl hij in zijn neus peutert
- iemand die zich louter verhoudt tot de wereld, en daarin geen wens heeft om zich in zichzelf te kunnen keren en schaamteloos te zijn.

Maar, then again: zou je de keuze hebben, zou één van deze twee dan aanlokkelijk zijn?
Wat mij meer aantrekt, is een soort van omgeving waarin je absolute zekerheid hebt op privacy. Dat moet dus binnen zijn en je mag niet interessant genoeg zijn om voor wie dan ook een reden te zijn een heel klein cameraatje in je buurt te verbergen, en idealiter ben je ook alleen.
Alleen in een kartonnen doos op je kamer.

18 mei 2011

17 mei 2011

E* mijn vormgeef* (ik kan het niet weerstaan!)

Vandaag heeft mijn vormgeefster een presentatie voor mij gehouden!! Mijn Voormgeefster! Houdt Presentaties! Voor Mij!!
En ze had hele goede ideeën en dummies en eentje was op schaal! Een schaalmodelletje!! Voor mij! Awh!! Ik ben zo blij, het wordt zo mooi!

PS ze heet Ester Bartels en dit is haar website!

9 mei 2011

EINDEXAMENEXPOSITIE


Wat: expositie van mijn afstudeerwerk en dat van mijn briljante klasgenoten.
Opening: donderdag 30 juni vanaf 16:00 tot 21:00
Wanneer nog meer:
Vrijdag 1 juli 10.00 - 21.00 uur
Zaterdag 2 juli 11.00 - 17.00 uur
Zondag 3 juli 11.00 - 17.00 uur
Waar: HKU faculteit BKV, Ina Boudier-Bakkerlaan 50, Utrecht

Je bent van harte welkom!

28 april 2011

Zo zie ik eruit als ik heel geconcentreerd op iemand schilder.

Omdat ik graag iets van vanavond wil laten zien, want het was zo heel bijzonder, maar ik nog geheim wil houden wat ik precies heb gedaan, hier een kleine sfeerimpressie:






Ik vind het grappig om mezelf te zien werken. Het thema van het halfjaar is Kwetsbaarheid en dit was zowel voor mij als voor mijn heldin een kwetsbaar moment. Dat kun je zien he?

19 april 2011

longen vol zeepsop en een hoofd vol fixeerspray

Vandaag: Do It Yourself - Scratch Off!
Met dank aan ArtMind en Sander die die site voor mij vond.
Ik durfde vandaag zijn mails pas te openen. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik naast een put sta waarvan ik niet durf te ondervinden of ze een bodem heeft of niet.
Het buurmeisje praat erg hard tegen de buurjongens en ze vindt alles grappig.




12 april 2011

Oh, nummer 13, je hoofd kijkt me zo vertrouwend aan, maar ik krijg er geen greintje van op mijn gespannen papier.

4 april 2011

Ik ben bang dat iedereen me stom vindt. Ik heb vieze tenen. Ik ben verkracht. Ik heb Obsessive Compulsive Disorder. Ik weet niet hoe ik mijn leven moet leiden. Ik wens iemand dood. Ik ben een ontwerper maar ik speel alleen maar computerspelletjes. De scheiding van mijn ouders veroorzaakte verlatingsangst. Door borstkanker ben ik niet meer trots op mijn lichaam. Ik had liever een man willen zijn. Ik ben niet slim. Ik ben obsessief bang voor de dood van mijn vader. Ik ben mijn zusje verloren. Ik schaamde me voor mijn afkomst tegenover mijn rijke vrienden. Mijn adres en telefoonnummer. Ik ben niet goed genoeg voor een relatie. Mijn minachting voor de dood neemt extreme vormen aan.

Ik ben mijn zusje verloren. Ik wens iemand dood. Ik had liever een man willen zijn. Ik ben verkracht. Mijn adres en telefoonnummer. Ik weet niet hoe ik mijn leven moet leiden. De scheiding van mijn ouders veroorzaakte verlatingsangst. Ik ben niet goed genoeg voor een relatie. Mijn minachting voor de dood neemt extreme vormen aan. Ik heb Obsessive Compulsive Disorder. Ik ben een ontwerper maar ik speel alleen maar computerspelletjes. Ik ben obsessief bang voor de dood van mijn vader. Ik heb vieze tenen. Ik ben bang dat iedereen me stom vindt. Ik ben niet slim. Ik schaamde me voor mijn afkomst tegenover mijn rijke vrienden. Door borstkanker ben ik niet meer trots op mijn lichaam.

27 maart 2011

Quote

"- De bubbel van de realiteit die kan worden doorgeprikt -

"We live on several planes at the same time" (We leven op
verschillende niveau's op dezelfde tijd.) -
http://i53.tinypic.com/8vvvwo.jpg

Gewoonlijk leef ik in "deze" realiteit, waarin ik een stabiele
ondergrond heb gebouwd. Mijn gevoel is uitgebalanceerd en ik ken mijn
plek op de wereld. Deze stabiele ondergrond blijkt echter telkens
instabiel en fragiel: nieuwe inzichten, andere denkpatronen, cynische
inzichten, nihilisme, fatalisme kunnen deze ondergrond doen schudden."

Tekening: Julian Callos

26 maart 2011

14 Geheimen

Aantal aanmeldingen: 22
Aantal terugkrabbelingen: 4
Aantal gevoerde gesprekken: 14
Aantal nog geplande gesprekken: 4 + 1 (ik zoek nog een man van 30+)
Aantal onaffe gesprekken: 1
Aantal vrouwen: 9 + 4
Aantal mannen: 5

1 ..........
2 ik heb vieze tenen
3 ik ben verkracht
4 ik heb zware OCD
5 ik ben bang dat het leven niet bijzonder is
6 ik wens iemand dood
7 ik ben een ontwerper, maar ik speel alleen computerspelletjes
8 X
9 X
10 de scheiding van mijn ouders veroorzaakte verlatingsangst
11 ..........
12 ik had liever een man willen zijn
13 ..........
14 ..........
15 X
16 ik ben heel vaak heel bang dat mijn vader doodgaat
17 ik ben mijn zusje verloren
18 X
19 ?
20 mijn contactgegevens
21 ik ben niet goed genoeg voor een relatie
22 mijn minachting voor de dood neemt extreme vormen aan

Wie wil reageren / inspireren kan dat doen onderaan dit bericht.
Wat me tot nu toe het meeste opvalt is hoeveel van mezelf ik herken in de geheimen die ik hoor. Ik hoop dat het me geen slechte luisteraar heeft gemaakt, ik kon me zo rond de veertien keer niet inhouden om over mezelf te beginnen. Soms leek het alsof iemand mij mijn eigen verhalen voorlas.
Dat heeft ook te maken met hoe minderwaardig meisjes zich van nature voelen. Ik weet niet of jongens het ook hebben, maar anders uiten. Of dat ik misschien mensen aantrek die onzeker zijn. Maar het is eigenlijk echt een pijnlijke constatering: alle vrouwen die ik spreek zijn geprogrammeerd met een gevoel van niet goed genoeg zijn. Daar vecht je dan zo je hele leven tegen.

Hoe dan ook ben ik tevreden met dit gevoel van herkenning. Het maakt mijn standpunt helderder. Dat geheimen altijd zo menselijk blijken te zijn. Dat we misschien allemaal wel niet zo erg, gestoord, anders zijn, maar samen niet helemaal zeker van onze zaak. Als we ons herkennen in elkaars geheimen, kunnen we misschien opener zijn, en elkaar meer respecteren.

21 maart 2011

Mijn Geheim

Ik probeer al sinds drie dagen geleden Het Geheime Gesprek met mezelf te voeren.
Ik vind zelden iets dat iemand me vertelt echt raar, omdat ik altijd denk 'dat is menselijk'.
Nu weet ik niet zo goed waarom ik dingen moeilijk met mezelf en anderen kan delen.
Misschien oordeel ik wel niet zo snel over iemand wanneer diegene mij in vertrouwen neemt over iets heftigs, omdat ik hem/haar bewonder om het feit dat hij/zij me erover in vertrouwen neemt.
Ik probeer voorbeeldig te reageren, zoals ik zou willen dat iemand zou reageren als ik iets vertel waar ik me kwetsbaar over voel.
Nu is het wel de vraag in hoeverre ik dat niet doe. Open zijn over waar ik niet open over durf te zijn. Waarschijnlijk vind ik mezelf niet open en eerlijk totdat ik dingen begin te delen waar ik me echt kwetsbaar over voel.
Het is ook niet dat ik dat nooit doe, maar ik geef er in elk geval niet het gewicht aan dat ik voel. Soms bloos ik terwijl ik iets zeg, en dan doe ik gewoon alsof ik niet bloos. Dan geef ik me misschien wel bloot in informatie, maar niet in mijn gevoel bij het vertellen van die informatie.

Nu ik mee doe aan mijn eigen project, wil ik solidair zijn met mijn deelnemers door iets te vertellen dat ik écht niet wil vertellen. Ik besef nu pas hoe moeilijk het is om te kiezen. Want waaróm wil ik iets niet vertellen? Wordt het gegeven beter naarmate ik me er rotter bij voel? Of kan ik misschien beter iets kiezen dat goed tussen de verhalen past, goed het gevoel 'kwetsbaarheid' representeert, een herkenbaar geheim is?
Bijvoorbeeld: ik heb geheimen over anderen. Wie ik eigenlijk niet mag, tegen wie ik op kijk, dingen die ik over iemand heb gezegd, dingen die ik over iemand weet. Ik denk dat ik me het meest kwetsbaar zou voelen als ik informatie uit die categorie openbaar zou maken. Maar is dat niet omdat het ook nergens op zou slaan om dat te doen? Misschien heb ik er wel niks aan? Maar je moest er ook niks aan hebben, je moest er alleen kwetsbaar van worden.

Mijn geheimen gaan over schaamte, zoals veel geheimen met schaamte gepaard gaan.
Geheimen ontvouwen zich voor mijn neus in een soort van categorieën.
- een gegeven over jou dat niet strookt met je beeld van jezelf
- een gegeven over jou dat niet strookt met het beeld dat anderen van je hebben
- een gegeven dat je moeilijk in je leven kunt integreren
- iets waar je je voor schaamt
- iets waarvan je vermoedt dat anderen het niet zullen begrijpen
De categorieën overlappen geloof ik, maar toch onderscheid ik ze.

Voordat ik een keuze maak moet ik bedenken wat ik van dit geheim wil. Wil ik alleen maar mijn eigen glazen ingooien? Of wil ik er eentje kiezen (uit het lijstje dat ik stiekem heb gemaakt, dat me aan ligt te staren als een geladen geweer) waar anderen iets aan hebben, op een manier?
Misschien, bedoel ik, kan ik iets kiezen waar ik me wel kwetsbaar door voel, zonder meteen iets te kiezen waar ik mezelf alleen maar belachelijk mee maak, alleen maar om mezelf belachelijk te maken zodat ik zeker weet dat ik kwetsbaar ben.

Ook is het raar te beseffen dat het natuurlijk heel erg subjectief is wat erg is en wat niet. Misschien houd ik wel iets geheim dat anderen helemaal niet erg of schaamtevol vinden, en vertel ik juist dingen die absoluut niet door de beugel kunnen. Daar wil ik ook wel het midden in proberen te vinden als dat kan, zodat ik wel een goede bijdrage lever aan mijn eigen werk.

Ik experimenteer nu al wel meer met kwetsbare onderwerpen. Laatst vertelde ik iets aan mijn vriendje dat ik héél schaamtevol vond om te vertellen. Ik wachtte op loutering, dan wel zijn besluit mij te dumpen, maar tot mijn verbazing herinner ik me niet eens meer wat het was dat ik zei. Wat is dat toch, met kwetsbaarheid?

Wordt alles uit eindelijk minder erg als je het vertelt?

Lois bracht het boek Post Secret voor me mee. Mensen praten erover en ik zeg 'ja ja, ik ken het concept', maar een passief persoon als ik heeft af en toe een goede vriendin nodig die me gewoon het boek in de handen duwt. (En een werkruimte. En gezelligheid. Lois is geweldig.)
Daarin stonden veel geheimen die niet zo erg zijn als het niet je eigen geheimen zijn, sommige hele grappige dingen ("I waste office supplies because I hate my boss") en een aantal herkenbare ("He's been in prison for two years because of what I did").
En deze: "I love one of my children."
Mijn hart zonk een beetje toen ik dat las, en ik vroeg me af of mijn ouders dat ook dachten, en ik vroeg me af of ik dat dan zou moeten weten als dat zo was.

En dat openheid niet altijd kan, is ook wat ik aanneem in dit project.
Zou ik dan een geheim moeten kiezen waar ik open over zou wíllen zijn, zodat ik mijn eigen ideaal navolg? Openheid is in de wereld buiten dit project natuurlijk iets vertellen met je naam eraan vast. In mijn metafoor is de aanwezigheid van je naam de schending van vertrouwen, en zijn de geheimen de dingen die we eigenlijk zouden willen zeggen, als we konden.
(Zouden we alles zeggen als dat kon? Wat betekent kunnen? Dat niemand er stom over deed? Dat zou raar zijn. Dan zou je kunnen vertellen dat je iemand had vermoord en er niet om veroordeeld worden, maar intussen wel veroordeeld worden om de moord zelf. En dan voortdurend hele leuke gevangenistelefoongesprekken hebben.)

Misschien dwaal ik af, dit stukje tekst is zoals je ziet dan ook een innerlijk gebrabbel dat ik net zo goed in mijn dagboek had kunnen doen, want ik zocht gewoon een antwoord op de vraag wat voor soort geheim het moet worden.
Maar geloof me, wat ik ook kies, het wordt onleuk.

10 maart 2011

Ik zocht die omschrijving van mijn ouderlijk huis en toen vond ik iets dat ik op mijn veertiende schreef, waaruit bleek dat ik me toen nog herinnerde hoe het was om klein te zijn, hele specifieke dingen die ik nu allang was vergeten.

26 oktober 2003
Zondagochtend half 10
De klok is een uur teruggezet... Rara hoelang heb ik geslapen? Het is dus twee uur drie uur geweest, of twee keer twee uur. Ik ben om 12 uur gaan slapen. Hoe lang heb ik geslapen? 10 1/2 uur, of 9 1/2 uur? Aargh.

Hoe het is om om 9 uur naar bed te moeten en dan je horloge tevoorschijn te halen en de tijd een heel opluchtend uur achteruit te zetten.
Hoe het is om om 10 voor half 9 te beseffen dat Friends over 5 minuten is afgelopen.
Hoe het is om bij voetbal je buurjongen tegen zijn schenen te schoppen.
Hoe het is om alleen met je ogen boven de spiegel in de keuken uit te komen.
Hoe het is om boven de spiegel in de badkamer uit te groeien.
Hoe het is om op een dag op het opstapje te gaan staan om je tanden te gaan poetsen om vervolgens te merken dat je bukt
Hoe het is om aan het aanrecht te hangen om water te drinken.
Hoe het is om met je minivoetjes met je miniteentjes in het riet van het krukje in de badkamer te groeven.
Hoe het is om je schor te roepen naar paaaapa en maaaama vanuit je bed, omdat je bang bent
Hoe het voelt als er niemand komt.
Hoe het is om op de vensterbank te klimmen, je uit te strekken naar de bovenste balk en je krampachtig vasthoudend naar het bed uit te strekken om iets te pakken.
Hoe het is om nog 5 grote happen te nemen.
Hoe een vergissing een grapje wordt.
Hoe het is om het volkomen onbelangrijke bullshit te vinden hoe je eruit ziet.
Hoe het is om je rugzak met een beker en een trommeltje aan de kapstok te hangen.
Hoe zwaar je rugzak was als er een gymtas in zat.
Hoe het is als iemand onder een toets zijn potloodpunt gaat slijpen in de elektrische slijper.
Hoe het is om 's ochtends je stapelbed uit te glijden als mama je wakker maakt.
Hoe het is om een film niet af te kijken.
Hoe het is om paaseieren te vinden op plekjes die je nooit zonder paasei hebt gezien.
Hoe het is als zwarte piet op de deur bonkt en je mag de gordijnen niet open doen om te kijken.
Hoe het voelt om een brutale neet te zijn
Hoe het is om dingen te leren die je al kunt.
Hoe het is om nieuwe dingen te leren als je het vorige nog lang niet kunt.
Hoe je uitkijkt naar je derde sticker
om vervolgens triomfantelijk naar het kastje met de kleine kaartjes te lopen.
Hoe het schrijfschrift in elkaar zat: stempel, stempel, stempel, sticker, stempel, stempel, stempel, sticker, stempel, stempel, stempel, sticker, 1 x schrijven met groene / rode pen, stempel stempel stempel sticker stempel stempel stempel sticker stempel stempel stempel sticker 1 x schrijven met groene of rode pen, stempel stempel stempel sticker stempel stempel stempel sticker stempel stempel stempel sticker 1 x schrijven met rode of groene pen, kleine kaart, 2 kleine kaarten 1 grote kaart, 3 grote kaarten
1 verrassing
Hoe frustrerend het was toen aan het einde van het jaar niemand een verrassing kreeg.
Hoe het is om te maken te hebben met het fenomeen schoolmelk.
Hoe het is om op je veertiende nog precies te weten wie er schoolmelk hadden (Jos, Tim V, Tijn, Floor, Claire, Tim S, Gepke, Fenneke, Nienke, Michel, Michael, Lieke, Dianne, Sylvie, Susan)
Hoe het is om brood uit de diepvries in de kelder te halen
Hoe het is om voor 't eerst op de vijver te lopen
Hoe het is om 10 te zijn
Hoe het is om iets te kunnen
fietsen
veterstrikken
breien
alleen naar school fietsen
cijferen
Hoe het is om er aan het einde van groep 3 achter te komen dat sommen met 100 sommen met 10 zijn met een 0 erachter, en dat die nullen tot in het oneindige door kunnen gaan.
Hoe het is om plotseling tot duizend te kunnen tellen.
Hoe het is om een zus te hebben.
Hoe het voelt om veel groter te zijn dan je je voelt
Hoe het is om bij de tandarts een cadeautje uit te mogen zoeken
Hoe het is om uit eten te gaan en dan door het restaurant te lopen en alles te ontdekken wat er is
Hoe het is om te ontdekken dat het niet leuk is om overal bij te kunnen
Hoe het is om ineens met basketbal een speciale positie te krijgen als langste van het team, terwijl je bent toch de kleinste?
Hoe het is om de jongste en de langste te zijn
Hoe het is om ergens fan van te zijn
Hoe het is om geen lucht meer te krijgen van het lachen

Hoe het is om godverdomme te ontdekken dat je als je alleen bent nog steeds let op wat je doet, terwijl vroeger alleen anderen dingen deden

Integriteit en de 'niet doen'-knop

bron foto: verlichtingshumanisten.web-log.nl



Marco Evaristti is de kunstenaar die kwam met de goudvissen in de blender.
Dit is een perfect voorbeeld van kwetsbaarheid, maar ook van hoe mensen daarmee om gaan.
Verscheidene mensen konden de verleiding (?) niet weerstaan de knop in te drukken en zo het versnipperde lot van de vissen te bezegelen.
Wat ik met mijn project ga doen is ongeveer hetzelfde. Er wordt een mogelijkheid voor het publiek gecreëerd om iets te doen waarvan het weet dat het dat eigenlijk niet zou moeten doen.
Mensen handelen vaak naar beloningen. Als je werkt, krijg je geld. Als je lief bent, krijg je een snoepje.
Het probleem met die goudvis in die blender, is dat er maar één ding is dat je kan doen dat direct effect heeft. Je kunt alleen op de knop 'wel doen' drukken. Voor goed gedrag word je niet beloond met iets dat zo duidelijk is en op zo'n korte termijn plaatsvindt als het pureren van een vis.
Dit is ook het probleem met gewicht proberen te verliezen: je moet heel lang inleveren voordat je een keer effect ziet.
Volgens mij is dat de enige reden dat mensen op die knop op die blender drukten. Er is geen 'niet doen'-knop. Er is geen beloning voor het in leven laten van de vis.

Integriteit is het opzoeken van een intrinsieke beloning.

Zo sprak ik vandaag Anne N, (hoewel Anne K hetzelfde zou zeggen,) die vertelde dat men het knap van haar vindt dat ze geen vlees eet. Maar, zo zei ze, de beloning zit voor haar in het idee dat ze er goed aan doet geen dieren te eten. De beloning voor haar 'opoffering' is dus een goed gevoel over zichzelf, in plaats van een stuk vlees.
Dat is wat duidelijk moet worden in mijn project.
Niet doen duurt voor altijd, en de voldoening van het niet doen moet (dus?) in iets zitten dat ook voor altijd is. Dat is: het gevoel dat je goed doet. Het gevoel van bescherming, in dit geval.
Zou het opwegen tegen het bevredigen van je nieuwsgierigheid? Of moet je worden gestraft door je eigen gevoel van zondigheid wanneer je vertrouwen stuk maakt?
Of wil je een 'niet doen'-knop op mijn werk?


De tweede drie

Na de vorige keer collecteerde ik een naar geheim (3), een nieuw perspectief op kwetsbaarheid (19) en iemands contactgegevens (20).
Een heel gevarieerde verzameling.
Mensen blijven me inspireren, en mijn project daarmee ook sturen. Het maakt dat ik voortdurend de tune van Scrubs in mijn hoofd heb.
Ik voel me tegelijk energiek en uitgeput, tegelijk mezelf onder- en overschattend, tegelijk angstig en hoopvol.
Mijn dagboek is weer een grotere rol gaan spelen in mijn dagelijkse bezigheden, omdat ik overstroom van verhalen, en aan niemand kan vertellen hoe de geheimen van anderen voelen.
Vandaag moet ik gaan typen, anders propt alle informatie elkaar naar de achtergrond en dan heb ik stamppot en dan kan ik er geen wijs meer uit worden.
Koffie maakt alles schichtig.

8 maart 2011

De eerste drie.


Het spits is afgebeten door drie dappere monden.
De kwetsbaarheden die ik kreeg, waren heftiger dan ik had verwacht. Het is een zware last die fijn voelt, zoals wanneer er iemand op je ligt, of je een koe bent in zo’n machine die Temple Grandin heeft uitgevonden.
De gesprekken waren heel waardevol. Naast dat mij dingen werden toevertrouwd, leerde ik. Over hoe mijn companen denken over geheimen, over zichzelf. Dit heeft uit eindelijk ook te maken met waarom ze besloten hebben mee te doen.
Sceptici hebben gezegd dat er alleen maar mensen mee zouden doen die ergens wíllen dat hun geheim onthuld wordt, en dat dit feit ze dus automatisch ongeschikt voor het project zou maken, want onkwetsbaar- of in elk geval niet zo kwetsbaar als je bent wanneer iemand iets weet dat je helemaal niet expres hebt verteld.
Maar met de kennis van nu kan ik zeggen dat mijn deelnemers tot nu toe wél kwetsbaar zijn, zij het expres. Want uit eindelijk willen de meeste mensen zich van hun geheim ontdoen. Niet alle mensen, en van niet alle geheimen. Maar een mens kan doorgaans zijn geheim niet alleen dragen, al is het maar omdat hij zoekt naar acceptatie.
Juist dit delen van een geheim maakt een mens kwetsbaar. En de twee kunnen naast elkaar bestaan. Niet willen dat men iets van je weet, uit angst om kwetsbaar te zijn. Maar ook bereid zijn je kwetsbaar op te stellen, om maar van je geheim af te zijn.
De verhalen die ik heb gehoord zijn verhalen die niet voor ieders oren bestemd zijn. Niet voor ieders hánden, geen informatie waar iedereen iets mee mag.
Maar ik vroeg mijn mensen of zij dit geheim van een ander zouden accepteren. En het antwoord was ja.

17
Omdat je niet een beetje kunt vertellen

6
Omdat het niet strookt met mijn beeld van mezelf

12
Ik geef het nauwelijks toe aan mezelf.

Het zijn drie verhalen in misschien wel dezelfde categorie. Het zijn verhalen die je niet aan mensen vertelt omdat ze te heftig zijn. Het zijn verhalen die goede vrienden zouden accepteren, die misschien heel veel mensen zouden accepteren. Maar ze zeggen in één keer te veel over de personen die ik voor me had.
Het is vreemd om onder iemands opperhuid te kruipen, en te zien wat eronder zit. Mensen krijgen nieuwe dimensies, bieden je tools om ze te doorgronden. 
Ik merk weer hoe dicht ik bij mijzelf en mijn aloude fascinaties kom.
Krille, in ‘Jan, mijn vriend’ van Peter Pohl houdt een archief bij over iedere persoon die hij ontmoet. Met een pen met extra dunne punt.
Over sommige mensen heeft hij pagina’s volgeschreven maar over Jan maar één zin.
Ik persoonlijk wilde altijd liever een pen met een dikke punt, maar zo’n archief wilde ik ook en ik ben het zelfs ooit begonnen, maar het zag er niet mooi uit hoe ik mensen in kaart bracht, eerder alsof ik een misdaad beraamde.
En ik weet ook nog steeds niet waar die hunkering tot archiveren en optekenen vandaan komt, maar ik voel hem iedere keer als ik iemand leer kennen. 
Een persoon stukje voor stukje te ontleden, een persoon stukje voor stukje op te kunnen bouwen. Alsof ik iemand na wil bouwen. Maar waarom toch?
Ik doe het ook met mezelf. Ik schrijf mijn gedachten op en analyseer zo mijzelf. Ik vind mij net zo interessant als al die andere mensen. Waarom doe ik iets? Waarom zei ik dat? Waarom wil ik mensen optekenen en bewaren in een archiefkast?
Heeft het te maken met klassiekers als verlatingsangst of angst voor de dood? Is het obsessief compulsief? Is het weigeren iets (iemand) los te laten? Dat klinkt nog best aannemelijk. Zo veel mogelijk bewaren van een sterfelijke.
Eventueel het gevoel de sterfelijke na te kunnen bouwen.
Zoals in een aflevering van –hoe heette het?- ‘Hey Arnold’ geloof ik, waarin een meisje verliefd is op said Arnold, en hem op ware grootte nabouwt met door hem uitgespuugde stukjes kauwgum.
Iemand kennen. Iemand begrijpen. Iemand conserveren, vastleggen.
Mezelf kennen, mezelf begrijpen, mezelf vastleggen.
Mezelf laten kennen, begrepen worden, vastgelegd worden.
Is dit raar, of een algemeenheid? Is dit vreemd of verklaarbaar?
En wat is dat zeeïge geluid dat ik hoor? Er is hier een machine eb en vloed maar ik kan het geluid niet herleiden, ik hoor ook niet precies waar het vandaan komt.
Ik zit in een keuken die ik ooit –daar gaan we weer- tot in detail heb beschreven.
Mijn ouders, die nu boven mij liggen te slapen dan wel proberen te gaan liggen slapen, wilden ooit weg uit dit huis en verhuizen naar de grens van Duitsland. Grotere tuin enzo, muren mooi terracotta. Ik, tien, huilen.
Verbeten besloot ik dit huis en al zijn hoeken en alle kasten en alle spullen erin op te schrijven, om het niet te vergeten, denk ik, en het is eng hoe goed dit past in wat ik hierboven schreef.
Ik zal het eens opzoeken, het staat in een dagboek denk ik. Het uitschuifkruidenkastje was lastig, met al die potjes. Ik kwam ook veel tegen waar ik nooit naar had gekeken of aan gedacht. Ik kwam niet tot alle kamers, ik geloof trouwens dat ik de bovenverdieping overgeslagen heb. Maar ergens is een gedetailleerde documentatie van hoe het was. Ergens staan de voerbakjes van de katten er nog, en de stoelen waarvan je altijd het vet van het hout kon krabben, en het dan weer terug leek te groeien.  De gordijnen die er nog zijn en de schuifdeuren die nu minder als piepschuim klinken.
Zou ik er troost in vinden dat dat huis ergens nog bestaat, zoals een dode voortleeft in je hart? Zou dat een geruststelling voor me zijn? Zou ik overstuur raken om de veranderingen van de afgelopen jaren, als ik het dagboek met het badwater weggooien zou?
Hoe zou ik überhaupt verder leven, zonder die vijfenzestig dagboeken in een visnet achter me aan te slepen? Ik zou voorgoed iets zijn verloren en ik weet niet of het bij boeken alleen blijft.

25 augustus 2002
De benedenverdieping van ons huis op de Groenestraat, toen ik dacht dat we naar Duitsland gingen verhuizen.
(We gingen niet verhuizen. Maar mijn zusje en ik later wel. En nu is alles toch nog anders.)
Mocht je zin hebben om dit te lezen, klik dan op de afbeeldingen om te vergroten.


Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...