8 maart 2011

De eerste drie.


Het spits is afgebeten door drie dappere monden.
De kwetsbaarheden die ik kreeg, waren heftiger dan ik had verwacht. Het is een zware last die fijn voelt, zoals wanneer er iemand op je ligt, of je een koe bent in zo’n machine die Temple Grandin heeft uitgevonden.
De gesprekken waren heel waardevol. Naast dat mij dingen werden toevertrouwd, leerde ik. Over hoe mijn companen denken over geheimen, over zichzelf. Dit heeft uit eindelijk ook te maken met waarom ze besloten hebben mee te doen.
Sceptici hebben gezegd dat er alleen maar mensen mee zouden doen die ergens wíllen dat hun geheim onthuld wordt, en dat dit feit ze dus automatisch ongeschikt voor het project zou maken, want onkwetsbaar- of in elk geval niet zo kwetsbaar als je bent wanneer iemand iets weet dat je helemaal niet expres hebt verteld.
Maar met de kennis van nu kan ik zeggen dat mijn deelnemers tot nu toe wél kwetsbaar zijn, zij het expres. Want uit eindelijk willen de meeste mensen zich van hun geheim ontdoen. Niet alle mensen, en van niet alle geheimen. Maar een mens kan doorgaans zijn geheim niet alleen dragen, al is het maar omdat hij zoekt naar acceptatie.
Juist dit delen van een geheim maakt een mens kwetsbaar. En de twee kunnen naast elkaar bestaan. Niet willen dat men iets van je weet, uit angst om kwetsbaar te zijn. Maar ook bereid zijn je kwetsbaar op te stellen, om maar van je geheim af te zijn.
De verhalen die ik heb gehoord zijn verhalen die niet voor ieders oren bestemd zijn. Niet voor ieders hánden, geen informatie waar iedereen iets mee mag.
Maar ik vroeg mijn mensen of zij dit geheim van een ander zouden accepteren. En het antwoord was ja.

17
Omdat je niet een beetje kunt vertellen

6
Omdat het niet strookt met mijn beeld van mezelf

12
Ik geef het nauwelijks toe aan mezelf.

Het zijn drie verhalen in misschien wel dezelfde categorie. Het zijn verhalen die je niet aan mensen vertelt omdat ze te heftig zijn. Het zijn verhalen die goede vrienden zouden accepteren, die misschien heel veel mensen zouden accepteren. Maar ze zeggen in één keer te veel over de personen die ik voor me had.
Het is vreemd om onder iemands opperhuid te kruipen, en te zien wat eronder zit. Mensen krijgen nieuwe dimensies, bieden je tools om ze te doorgronden. 
Ik merk weer hoe dicht ik bij mijzelf en mijn aloude fascinaties kom.
Krille, in ‘Jan, mijn vriend’ van Peter Pohl houdt een archief bij over iedere persoon die hij ontmoet. Met een pen met extra dunne punt.
Over sommige mensen heeft hij pagina’s volgeschreven maar over Jan maar één zin.
Ik persoonlijk wilde altijd liever een pen met een dikke punt, maar zo’n archief wilde ik ook en ik ben het zelfs ooit begonnen, maar het zag er niet mooi uit hoe ik mensen in kaart bracht, eerder alsof ik een misdaad beraamde.
En ik weet ook nog steeds niet waar die hunkering tot archiveren en optekenen vandaan komt, maar ik voel hem iedere keer als ik iemand leer kennen. 
Een persoon stukje voor stukje te ontleden, een persoon stukje voor stukje op te kunnen bouwen. Alsof ik iemand na wil bouwen. Maar waarom toch?
Ik doe het ook met mezelf. Ik schrijf mijn gedachten op en analyseer zo mijzelf. Ik vind mij net zo interessant als al die andere mensen. Waarom doe ik iets? Waarom zei ik dat? Waarom wil ik mensen optekenen en bewaren in een archiefkast?
Heeft het te maken met klassiekers als verlatingsangst of angst voor de dood? Is het obsessief compulsief? Is het weigeren iets (iemand) los te laten? Dat klinkt nog best aannemelijk. Zo veel mogelijk bewaren van een sterfelijke.
Eventueel het gevoel de sterfelijke na te kunnen bouwen.
Zoals in een aflevering van –hoe heette het?- ‘Hey Arnold’ geloof ik, waarin een meisje verliefd is op said Arnold, en hem op ware grootte nabouwt met door hem uitgespuugde stukjes kauwgum.
Iemand kennen. Iemand begrijpen. Iemand conserveren, vastleggen.
Mezelf kennen, mezelf begrijpen, mezelf vastleggen.
Mezelf laten kennen, begrepen worden, vastgelegd worden.
Is dit raar, of een algemeenheid? Is dit vreemd of verklaarbaar?
En wat is dat zeeïge geluid dat ik hoor? Er is hier een machine eb en vloed maar ik kan het geluid niet herleiden, ik hoor ook niet precies waar het vandaan komt.
Ik zit in een keuken die ik ooit –daar gaan we weer- tot in detail heb beschreven.
Mijn ouders, die nu boven mij liggen te slapen dan wel proberen te gaan liggen slapen, wilden ooit weg uit dit huis en verhuizen naar de grens van Duitsland. Grotere tuin enzo, muren mooi terracotta. Ik, tien, huilen.
Verbeten besloot ik dit huis en al zijn hoeken en alle kasten en alle spullen erin op te schrijven, om het niet te vergeten, denk ik, en het is eng hoe goed dit past in wat ik hierboven schreef.
Ik zal het eens opzoeken, het staat in een dagboek denk ik. Het uitschuifkruidenkastje was lastig, met al die potjes. Ik kwam ook veel tegen waar ik nooit naar had gekeken of aan gedacht. Ik kwam niet tot alle kamers, ik geloof trouwens dat ik de bovenverdieping overgeslagen heb. Maar ergens is een gedetailleerde documentatie van hoe het was. Ergens staan de voerbakjes van de katten er nog, en de stoelen waarvan je altijd het vet van het hout kon krabben, en het dan weer terug leek te groeien.  De gordijnen die er nog zijn en de schuifdeuren die nu minder als piepschuim klinken.
Zou ik er troost in vinden dat dat huis ergens nog bestaat, zoals een dode voortleeft in je hart? Zou dat een geruststelling voor me zijn? Zou ik overstuur raken om de veranderingen van de afgelopen jaren, als ik het dagboek met het badwater weggooien zou?
Hoe zou ik überhaupt verder leven, zonder die vijfenzestig dagboeken in een visnet achter me aan te slepen? Ik zou voorgoed iets zijn verloren en ik weet niet of het bij boeken alleen blijft.

25 augustus 2002
De benedenverdieping van ons huis op de Groenestraat, toen ik dacht dat we naar Duitsland gingen verhuizen.
(We gingen niet verhuizen. Maar mijn zusje en ik later wel. En nu is alles toch nog anders.)
Mocht je zin hebben om dit te lezen, klik dan op de afbeeldingen om te vergroten.


2 opmerkingen:

  1. Als ik des avonds, als ik alleen ben, een verhaal van jouw blog lees, dan lijken de letters bijna ongemerkt te krimpen. Of meer lijken ze naar de achtergrond te verdwijnen, terwijl ik mijn laptop toch juist steeds dichter bij me trek. Dan bereik ik een punt waarop ik denk: waarom lijkt alles zo klein? Dan houd ik ter controle mijn hand tegen de letters op het scherm en die blijkt dan ook gekrompen tot een miniatuur handje. Hoe doe je dat toch?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. (Dat was ik, Tamar, géén robot; omdat livejournal scheduled maintenance ondergaat kan ik slechts als 'anoniem' reageren.)

    BeantwoordenVerwijderen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...