28 september 2011
Ook van Onurb kan ik geen genoeg krijgen. De rest van het mailtje is ook hilarisch, maar wederom beperk ik mij tot voor jullie onbevredigende uitsnedes. Edoch. I learned from the best.
En ik krijg helemaal niet de neiging om die laagjes weg te krabben. (net als in real life, trek ik nog net niet het vel van iemands/ieders tronie om te zien wie hij/zij werkelijk is)
22 september 2011
Ik hou van mijn zusje. Het zou privacyschending zijn om haar hele mail te citeren, dus ik citeer een klein stukje zodat je er in principe geen touw aan vast kunt knopen, maar toch begrijpt waarom ik zo veel van haar houd.
Ik ben weggegaan bij de uil, dat is wel gek. Vorige week miste ik het ineens heel erg en toen voelde ik me ook een soort ondankbaar, omdat het me zo veel gegeven heeft en ik het zonder enige vorm van afscheid de rug heb toegekeerd. Het was een heel mooi begin. Maar het is goed om verder te gaan.
Je bent trouwens een aap dat je zo weinig hebt geslapen.
14 september 2011
7 september 2011
Projectvoorstel Fiep Westendorp Stimuleringsprijs
Projectvoorstel Menah
Fiep Westendorp Stimuleringsprijs 2011
Werktitel: ga nog niet dood ga nog niet dood ga asjeblieft nog niet dood ik ben er nog niet klaar voor.
Wat:
Mijn project voor de Stimuleringsprijs zou gaan over bang zijn dat mijn vader doodgaat. Die angst houdt me dermate bezig dat ik al vaker heb overwogen er een keer een kunstproject van te maken. Om er eens in te duiken: toe te geven aan al mijn gevoelens, het er maar uit te gooien, en stiekem ook om een document te maken dat me voor kan bereiden op het uit eindelijk zeer waarschijnlijke eindigen van mijn vaders leven.
Hoe:
Mijn werk is doorgaans van zeer persoonlijke aard. Ik zie graag de menselijkheid van een mens onder ogen, schuw openheid noch van mijzelf noch van anderen. Ik denk dat ik door heel eerlijk te zijn over gevoelens, ik mijn werk ook toegankelijk maak voor anderen. In onderwerpen als nostalgie, gemis, loslaten en angst kan men denk ik altijd wel iets van zichzelf herkennen.
Op die manier kan een portret van, of zelfs een ode aan een man, in al haar intimiteit iets worden dat een breed verhaal vertelt. Over angst bijvoorbeeld, of gemis, of de relatie tussen een ouder en een kind.
(Misschien wel twee ouders en een kind. Ik weet niet zo goed waarom de angst zich zo specifiek op mijn vader richt. Het zou kunnen dat ik uiteindelijk ‘angst voor het verlies van mijn ouders’ als onderwerp neem.)
Voortbordurend op eerder werk:
In mijn werk laat ik vaak intimiteit en kwetsbaarheid zien - voornamelijk die van mijzelf, in de vorm van, naar ik vrees aan exhibitionisme grenzende, autobiografie. Ook speelt mijn angst en moeite met dingen loslaten een rol in de dingen die ik maak. Verder is mijn interesse voor mensen een passie te noemen, die zich doorgaans uit in mensen portretteren.
Van bovenstaande onderwerpen laat ik hier een paar voorbeelden zien:
Portretten:
Intimiteit en nostalgie:
Angst:
Kwetsbaarheid:
- Mijn eindexamenwerk (illustratie op de HKU, 2011), 'Ik wil het blikje zijn waar je je geheimen in bewaart', gaat over de rol van degene die geheimen toevertrouwd krijgt in de huidige informatiemaatschappij.
Voor dit project voerde ik intieme gesprekken met 17 mensen, waarin zij mij een geheim van zichzelf vertelden.
Deze geheimen zette ik om in beelden, met de verteller van het geheim geportretteerd in ieder beeld. Het hoofd en de naam van de verteller zitten onder een kraslaag, opdat het publiek zelf kan beslissen over het lot van de personen met de geheimen.
In mijn eindproject heb ik mijn fascinatie voor mensen en hun verhalen kunnen gebruiken in een hedendaagse context. Ik heb geportretteerd zonder me aan een gezicht vast te klampen. Ik heb me in persoonlijke informatie gestort en kwetsbaarheid gecreëerd. En ik heb daar mensen mee kunnen raken, zowel de geheimenvertellers als het publiek. Dit zijn dingen die ik ook in volgende projecten zou willen bereiken, vandaar ook dit idee.
- Heimweedoosje
Als kind heb ik ooit een doosje ingericht, dat ik mee zou kunnen nemen als ik ergens ging logeren, voor als ik heimwee kreeg.
Ik had niet echt last van heimwee, maar hechtte toch veel waarde aan het doosje, en ik heb het nog steeds. Want het zit vol met relikwieën uit mijn jeugd.
Om terug te komen op mijn plan voor deze Stimuleringsprijs: ik moet aan mijn heimweedoosje denken bij dit idee. Ik merk dat ik mijzelf een document wil geven, om op terug te kunnen grijpen als mijn vader ooit dood is.
Ideeën voor uitwerkingen
- Een serie werken met hypothetische situaties. Tekeningen van mijn vader met mijn nu nog ongeboren kinderen, of muzikanten op zijn begrafenis. Ik wil niets uit de weg gaan en alles onder ogen zien. Hopelijk volgt er een soort van loutering.
- Een boek dat deels gaat over mijn vader en deels over de angst voor zijn dood. Een portret, een lofzang, die ver in de toekomst reikt, en ook in mijn hoofd.
- Tekst zou een rol mogen spelen in het project. Ik hou erg van schrijven.
- Mijn vader betrekken in het project. Samen met hem tekenen en schrijven over zijn sterfelijkheid.
- Iets maken dat mij heel concreet voorbereidt op zijn dood.
- Anderen in het project betrekken: gesprekken voeren met vaders en kinderen, ze tekenen, over ze schrijven.
- Vanuit het idee van de dood een ode brengen aan het leven. Proberen te beseffen dat mijn vader er nog is, en mijzelf eraan herinneren dat de dreiging van de dood daar niets aan verandert.
- Eén van de onderliggende thema's uitwerken op een onderzoekende manier: hoe werkt angst? Hoe zit een relatie tussen ouders en hun kinderen in elkaar? Wat is de dood? Waarom kan ik niet relativeren? Etcetera.
- Illustraties van dagelijkse situaties waarin je rouwt om iemand die er nog is. ('Rouwt', eigenlijk, want hoe weet ik nou hoe ik zou rouwen?)
Begin financieel plan:
- Om te overleven heb ik tussen de 600 en 800 euro per maand nodig (met behulp van bijbaan).
- Mijn eindexamenproject kostte me ongeveer 1000 euro.
Daarvan betaalde ik:
* materiaal voor proeven
* materiaal voor research
* materiaal voor de uitvoering van de tekeningen (17 tekeningen)
* printkosten boekjes (leeuwendeel) (oplage: 50)
* verder materiaal boekjes (papier, omslag, kraslagen)
* materiaal voor de promotie
* drankjes van geheimenvertellers
* een etentje met mijn vormgeefster.
Daarvan betaalde ik niet:
* expositieruimte
* educatie/cursus/gesprekken met professionals
* webdesigner
* uurloon vormgeefster.
- Wat ik me voorstel bij 'investeringen': teken- en schilderbenodigdheden, kosten drukker (eindexamen is geprint en niet gedrukt, eventueel boek zou ik graag laten drukken), kosten expositieruimte, kosten treinkaartjes.
Lieve Bouke, alvast bedankt voor je reactie! :-) Liefs van je onwetende en dankbare nichtje.
Fiep Westendorp Stimuleringsprijs 2011
Werktitel: ga nog niet dood ga nog niet dood ga asjeblieft nog niet dood ik ben er nog niet klaar voor.
Wat:
Mijn project voor de Stimuleringsprijs zou gaan over bang zijn dat mijn vader doodgaat. Die angst houdt me dermate bezig dat ik al vaker heb overwogen er een keer een kunstproject van te maken. Om er eens in te duiken: toe te geven aan al mijn gevoelens, het er maar uit te gooien, en stiekem ook om een document te maken dat me voor kan bereiden op het uit eindelijk zeer waarschijnlijke eindigen van mijn vaders leven.
Hoe:
Mijn werk is doorgaans van zeer persoonlijke aard. Ik zie graag de menselijkheid van een mens onder ogen, schuw openheid noch van mijzelf noch van anderen. Ik denk dat ik door heel eerlijk te zijn over gevoelens, ik mijn werk ook toegankelijk maak voor anderen. In onderwerpen als nostalgie, gemis, loslaten en angst kan men denk ik altijd wel iets van zichzelf herkennen.
Op die manier kan een portret van, of zelfs een ode aan een man, in al haar intimiteit iets worden dat een breed verhaal vertelt. Over angst bijvoorbeeld, of gemis, of de relatie tussen een ouder en een kind.
(Misschien wel twee ouders en een kind. Ik weet niet zo goed waarom de angst zich zo specifiek op mijn vader richt. Het zou kunnen dat ik uiteindelijk ‘angst voor het verlies van mijn ouders’ als onderwerp neem.)
Voortbordurend op eerder werk:
In mijn werk laat ik vaak intimiteit en kwetsbaarheid zien - voornamelijk die van mijzelf, in de vorm van, naar ik vrees aan exhibitionisme grenzende, autobiografie. Ook speelt mijn angst en moeite met dingen loslaten een rol in de dingen die ik maak. Verder is mijn interesse voor mensen een passie te noemen, die zich doorgaans uit in mensen portretteren.
Van bovenstaande onderwerpen laat ik hier een paar voorbeelden zien:
Portretten:
Intimiteit en nostalgie:
Angst:
Kwetsbaarheid:
- Mijn eindexamenwerk (illustratie op de HKU, 2011), 'Ik wil het blikje zijn waar je je geheimen in bewaart', gaat over de rol van degene die geheimen toevertrouwd krijgt in de huidige informatiemaatschappij.
Voor dit project voerde ik intieme gesprekken met 17 mensen, waarin zij mij een geheim van zichzelf vertelden.
Deze geheimen zette ik om in beelden, met de verteller van het geheim geportretteerd in ieder beeld. Het hoofd en de naam van de verteller zitten onder een kraslaag, opdat het publiek zelf kan beslissen over het lot van de personen met de geheimen.
In mijn eindproject heb ik mijn fascinatie voor mensen en hun verhalen kunnen gebruiken in een hedendaagse context. Ik heb geportretteerd zonder me aan een gezicht vast te klampen. Ik heb me in persoonlijke informatie gestort en kwetsbaarheid gecreëerd. En ik heb daar mensen mee kunnen raken, zowel de geheimenvertellers als het publiek. Dit zijn dingen die ik ook in volgende projecten zou willen bereiken, vandaar ook dit idee.
- Heimweedoosje
Als kind heb ik ooit een doosje ingericht, dat ik mee zou kunnen nemen als ik ergens ging logeren, voor als ik heimwee kreeg.
Ik had niet echt last van heimwee, maar hechtte toch veel waarde aan het doosje, en ik heb het nog steeds. Want het zit vol met relikwieën uit mijn jeugd.
Om terug te komen op mijn plan voor deze Stimuleringsprijs: ik moet aan mijn heimweedoosje denken bij dit idee. Ik merk dat ik mijzelf een document wil geven, om op terug te kunnen grijpen als mijn vader ooit dood is.
Ideeën voor uitwerkingen
- Een serie werken met hypothetische situaties. Tekeningen van mijn vader met mijn nu nog ongeboren kinderen, of muzikanten op zijn begrafenis. Ik wil niets uit de weg gaan en alles onder ogen zien. Hopelijk volgt er een soort van loutering.
- Een boek dat deels gaat over mijn vader en deels over de angst voor zijn dood. Een portret, een lofzang, die ver in de toekomst reikt, en ook in mijn hoofd.
- Tekst zou een rol mogen spelen in het project. Ik hou erg van schrijven.
- Mijn vader betrekken in het project. Samen met hem tekenen en schrijven over zijn sterfelijkheid.
- Iets maken dat mij heel concreet voorbereidt op zijn dood.
- Anderen in het project betrekken: gesprekken voeren met vaders en kinderen, ze tekenen, over ze schrijven.
- Vanuit het idee van de dood een ode brengen aan het leven. Proberen te beseffen dat mijn vader er nog is, en mijzelf eraan herinneren dat de dreiging van de dood daar niets aan verandert.
- Eén van de onderliggende thema's uitwerken op een onderzoekende manier: hoe werkt angst? Hoe zit een relatie tussen ouders en hun kinderen in elkaar? Wat is de dood? Waarom kan ik niet relativeren? Etcetera.
- Illustraties van dagelijkse situaties waarin je rouwt om iemand die er nog is. ('Rouwt', eigenlijk, want hoe weet ik nou hoe ik zou rouwen?)
Begin financieel plan:
- Om te overleven heb ik tussen de 600 en 800 euro per maand nodig (met behulp van bijbaan).
- Mijn eindexamenproject kostte me ongeveer 1000 euro.
Daarvan betaalde ik:
* materiaal voor proeven
* materiaal voor research
* materiaal voor de uitvoering van de tekeningen (17 tekeningen)
* printkosten boekjes (leeuwendeel) (oplage: 50)
* verder materiaal boekjes (papier, omslag, kraslagen)
* materiaal voor de promotie
* drankjes van geheimenvertellers
* een etentje met mijn vormgeefster.
Daarvan betaalde ik niet:
* expositieruimte
* educatie/cursus/gesprekken met professionals
* webdesigner
* uurloon vormgeefster.
- Wat ik me voorstel bij 'investeringen': teken- en schilderbenodigdheden, kosten drukker (eindexamen is geprint en niet gedrukt, eventueel boek zou ik graag laten drukken), kosten expositieruimte, kosten treinkaartjes.
Lieve Bouke, alvast bedankt voor je reactie! :-) Liefs van je onwetende en dankbare nichtje.
5 september 2011
Die zou je moeten laten analyseren.
Waarom mijn vader en zus er zijn weet ik ook niet. Zij lijken het weinig problematisch te vinden dat we in het huis zijn van de naarste jongen. Hij is veranderd, zie ik uit mijn ooghoeken. Ik loop stuurs voor hem uit, naar hoeken van het huis. Er moet een film gekeken worden. Tijd verstrijkt. Ik zit in een hoek van het bed. Hij heeft zijn benen diagonaal langs mij heen gedrapeerd. Hij heeft dezelfde grijze schoenen als ik. Die schoenen zijn te onschuldig, die mag je niet aan doen als je zo verdorven bent als hij. Waarom zit hij zo dichtbij? Ik maak huilerige geluiden terwijl ik probeer verder van hem vandaan te zitten, maar ik moet niet van het bed vallen. Mijn vader en zusje vermaken zich. Ik zie dat zijn haar alleen nog uit plukken zwart en wit bestaat. En dan wordt mijn blik als een magneet naar hem toegetrokken. Ik voel hoe gretig mijn nieuwsgierigheid wordt bevredigd. Ik kijk hem lang aan, en hij mij. Hij lacht toegeeflijk. Ik ben heel erg in de war, ik wil geen onderonsje met hem, dat heb ik nooit gewild, en nu heb ik het toch. Wat is hij dun geworden. 'Wat ben je tiny!' zeg ik vertederd. Ik walg van mijn eigen emoties. Hij lacht naar me en zijn brede tanden steken geel af tegen zijn haar. Ik herken iets van vroeger in die tanden. Zijn verschijning lijkt volkomen nieuw, een kostuum van onschuld. Maar zijn grauwe gezicht jaagt me zoveel angst aan dat ik niets meer zeg en niet meer beweeg. Nu kijkt hij naar mij met zo'n onderzoekende blik, en ik zie mezelf. Hoe oud mijn gezicht is geworden. 'Je bent zo... krullerig', zegt hij, en ik schaam me voor mijn oude, gegroefde gezicht. Mijn haar, ik heb er al een tijd niets meer aan gedaan.
Ik vlucht naar een ander vertrek in zijn huis. Er staan onafgewerkte houten schappenkasten in. Ik heb er een heel klein ladenkastje in staan, zo eentje waar je zaadjes in bewaart. Bij mij zitten er zwarte muizen in. In het ene laatje zitten twee kleintjes. In het laatje ernaast twee middelgrote. Daarnaast twee grote. Ik maak me zorgen over hun welzijn.
Dan blijken de middelste muizen te stikken. Ze zitten in een gekreukeld plastic zakje, dat heftig met ze meebeweegt. Aan de binnenkant zitten druppeltjes van hun adem. Piepend en hijgend bijten ze in het plastic, om vrij te komen. Ik wil ze helpen, maar raak in paniek van hun agressieve bewegingen. Ik ben bang dat ze me zullen bijten. Ik ben bang dat ze me zo ver zullen bijten dat ik met mijn vingers diep in hun lijf zal zitten en hun bebloede ingewanden zal voelen.
Ze scheuren het plastic open en twee zwarte hoofden werken zich naar buiten. Alle muizen vluchten nu naar beneden en rennen over de grond.
Ze gaan de trap af. Ze gaan naar de kamer met het bed met mijn vader en mijn zus en de jongen die ik nooit meer wilde zien. Ik gil herhaaldelijk. Het lijkt niets uit te maken. Ik gil harder en mijn stem klinkt lager. Overal om me heen rennen zwarte muizen en ik daal verder af naar de gang, waar het steeds donkerder wordt.
De enorme muis komt pas als ik wakker ben. Hij is groter dan ik en ik ben te moe om te bedenken wat ik ook alweer moet doen tegen mensgrote zwarte muizen. Het is vijf uur 's nachts en ik heb nog steeds geen baan en ik heb nog steeds mijn boekjes niet af en ik heb nog steeds geen presentatie en ik heb nog steeds geen plan.
Ik vlucht naar een ander vertrek in zijn huis. Er staan onafgewerkte houten schappenkasten in. Ik heb er een heel klein ladenkastje in staan, zo eentje waar je zaadjes in bewaart. Bij mij zitten er zwarte muizen in. In het ene laatje zitten twee kleintjes. In het laatje ernaast twee middelgrote. Daarnaast twee grote. Ik maak me zorgen over hun welzijn.
Dan blijken de middelste muizen te stikken. Ze zitten in een gekreukeld plastic zakje, dat heftig met ze meebeweegt. Aan de binnenkant zitten druppeltjes van hun adem. Piepend en hijgend bijten ze in het plastic, om vrij te komen. Ik wil ze helpen, maar raak in paniek van hun agressieve bewegingen. Ik ben bang dat ze me zullen bijten. Ik ben bang dat ze me zo ver zullen bijten dat ik met mijn vingers diep in hun lijf zal zitten en hun bebloede ingewanden zal voelen.
Ze scheuren het plastic open en twee zwarte hoofden werken zich naar buiten. Alle muizen vluchten nu naar beneden en rennen over de grond.
Ze gaan de trap af. Ze gaan naar de kamer met het bed met mijn vader en mijn zus en de jongen die ik nooit meer wilde zien. Ik gil herhaaldelijk. Het lijkt niets uit te maken. Ik gil harder en mijn stem klinkt lager. Overal om me heen rennen zwarte muizen en ik daal verder af naar de gang, waar het steeds donkerder wordt.
De enorme muis komt pas als ik wakker ben. Hij is groter dan ik en ik ben te moe om te bedenken wat ik ook alweer moet doen tegen mensgrote zwarte muizen. Het is vijf uur 's nachts en ik heb nog steeds geen baan en ik heb nog steeds mijn boekjes niet af en ik heb nog steeds geen presentatie en ik heb nog steeds geen plan.
Abonneren op:
Reacties (Atom)














