De kelders waren onder elkaar gestapeld, als uitgeholde kubussen, dikke bakstenen wanden met zwarte gapende gaten, en aflopende wegen en doorgangen. Sander en ik waren er midden in de nacht, ik weet niet waarom. Het leek een soort parkeergarage en we hadden er duidelijk iets te zoeken dat we niet vonden. Vervelend was ook dat de kelders kennelijk onder constructie waren; overal lagen brokstukken, sommige wanden waren opgebouwd uit enkel geraamtes van houten latten, en hier en daar stonden chagrijnige bouwvakkers hun werk te doen.
Ergens diep in de donkere vertrekken gingen we maar zitten, met een clubje, op houten banken, zoals die er vroeger in de gymzaal stonden en waarvan ik altijd alleen maar deed alsof ik meehielp met optillen.
Ik praatte met Misha, en vroeg me af waarom ik me zo naar voelde. Toen pas besefte ik dat er heel naargeestige klassieke muziek op stond, de bouwvakkers hadden hem ook te hard gezet. Ik liet Sander vragen of ze daarmee op wilden houden.
Meteen daarna schalde door de nachtelijke kelder, heel hard, het allerengste stuk muziek dat ik ooit heb gehoord. (Ook in wakkere toestand raak ik finaal van streek van dit stuk, en ik kan de ernst hiervan maar moeilijk onder woorden brengen.)
De muziek stond zo hard, en de kelders waren zo diep en donker, en ik was zo bang, dat ik niets anders meer kon dan alleen maar heel hard gillen. Ik zag de muren van heel dichtbij, en ervoer de angst op een hele andere manier dan ik normaal doe. Normaliter verstijf ik, dit vol overgave toegeven aan mijn angst door te schreeuwen voelde bijna bevrijdend.
Sander keerde kwaad terug naar de bouwvakkers, om ze te manen op te houden met mij bang maken. Intussen vluchtten Misha en ik de kelders uit. Toen ik boven was, zag ik dat Sander nog bij de bouwvakkers was, en dat ze ruzie hadden gekregen. En onder de luide muziek zag ik hoe één van de werklui als een daad van provocatie met een maai van zijn arm het houten geraamte onder het plafond weg zwaaide.
Het regende stenen en ik wist dat ze Sander ermee zouden vermoorden. Een verlammende paniek maakte zich van me meester, temeer daar ik besefte dat ik Sander niet alleen niet kon redden, maar dat ook niet durfde, vanwege de muziek en de duisternis.
27 mei 2011
23 mei 2011
Oogwit
Zonet laatste twaalf uur aan scriptie gewerkt. Liep naar boekenkast om boek over Schiele te pakken. Kwam langs spiegel. Schrok me dood, iemand keek me superstrak aan en dat terwijl ik me apathisch voelde.
Nu erg nerveus want tien word-documenten aan het verzenden naar mijn theoriedocenden. Please haat me niet voor het sturen van tien word-documenten in plaats van een bondig PDF'je.
Please please please please please en nu ga ik naar bed.
Nu erg nerveus want tien word-documenten aan het verzenden naar mijn theoriedocenden. Please haat me niet voor het sturen van tien word-documenten in plaats van een bondig PDF'je.
Please please please please please en nu ga ik naar bed.
19 mei 2011
Mijn scriptie in hoofdstukken.
1. Jezelf zijn
2. Gekend worden
3. Privacy en Kwetsbaarheid
4. Mijn ode aan de kwetsbaarheid
2. Gekend worden
3. Privacy en Kwetsbaarheid
4. Mijn ode aan de kwetsbaarheid
Alziende Ogen
Vroeger stond ik met mijn opa in een Kathedraal. Althans, ik dacht dat het een kathedraal was, omdat ik dacht dat kathedraal 'hele grote kerk' betekende. Maar het was vroeger, dus misschien was het wel niet zo'n hele grote kerk, wat de kans dat het een kathedraal was in feite vergroot.
Goed. op het plafond van de kathedraal stond een oog geschilderd. Mijn opa vertelde mij dat dat oog het 'alziend oog van god' voorstelde. Trouwens, misschien was het mijn oma wel die dat vertelde. Maar ik weet nog wel dat ik dat oog zag en wat ik er zoal bij dacht. Ik wilde ook zo realistisch ogen kunnen tekenen. En natuurlijk vroeg ik mij af of, als er een god bestond (dat werd in het midden gelaten), die mij echt altijd kon zien.
Ik kan me ineens een heleboel alziende ogen herinneren.
Sinterklaas, had je. Die wist op de een of andere manier ook alles wat je deed, al leek hij daar in mijn ervaring eerder een sensor voor te hebben dan een oog.
Mijn ouders, die ik soms ineens ontwaarde in de kier van mijn slaapkamerdeur. Nu vind ik dat creepy klinken omdat ik niet graag een persoon zou opmerken in de kier van een deur, maar toen zat de ellende hem er vooral in dat ik op dat tijdstip van de avond niet meer mocht lezen en dus betrapt was.
Leraren op school, en als je dan opkeek van je schrift en zag dat ze al die tijd naar je hadden zitten kijken. En overblijfmoeders op het schoolplein.
En nu dan, bewakingscamera's. In bankgebouwen en op school, of zwaaien naar de pinautomaat, of misschien zelfs in pashokjes en wc's, zoals ik soms heimelijk vrees. Of in boeken van George Orwell of films van Charlie Chaplin.
Een vriend van mij nam ooit met een groepje het zekere voor het onzekere om deze panoptische samenleving een hak te zetten, en stal midden op de dag in een drukke stad zijn eigen fiets met een grote ijzerschaar onder het oog van een bewakingscamera. 'Kom mij dan stoppen', leek zijn schaar te mimen naar de man achter het alziend oog.
De camera en vreemd genoeg ook de mensen op straat deden niets. Wie er dan wint is mij ook niet helemaal duidelijk.
En laten we vooral de satellieten niet vergeten (of verrekijkers of andersoortige telelenzen, for that matter), want daaraan denk ik wel eens als ik in een bos loop en me afvraag of ik hier dan ongezien ben.
Sinds een aantal jaar creëren wij ook alziende ogen achter onze vitrages. We bestaan namelijk op internet. En op internet kan zo'n beetje iedereen komen. Iedereen die daadwerkelijk over een computer en een internetverbinding beschikt, kan op openbare websites loeren. Eigenaars van die websites, ik noem een facebook, kunnen dan weer op álle profielen en dergelijke komen, en de gegevens en privé-informatie zien van hun, ik wou bijna zeggen onderdanen. Hackers zijn nog gezegender met internet, omdat zij zo slim zijn dat ze steeds weer nieuwe manieren vinden om binnen te dringen in onze digitale gegevens. Zo vertelde Ernest mij dat er nu hackers zijn die met een programmaatje alle gegevens in je computer als het ware kunnen opzuigen, als ze bijvoorbeeld in hetzelfde café als jij zitten te laptoppen. Met al je gegevens bedoel ik dan het wachtwoord van je internetbankieren en je gmail enzo.
Maar naast al deze riskante dingen, en gegevens die wij nu eenmaal op internet móéten zetten, doen wij ook met z'n bijna allen vrijwillig mee aan het posten van persoonlijke informatie op internet met gebruik van sociale media.
En waar heb ik het over! Buiten die computer bestaan we ook nog. Flaneren we al in de avonden zwalkend over de straten sinds de uitvinding van elektriciteit.
In feite is de hele maatschappij een alziend oog.
Wat doe je met een alziend oog? Hoe gedraag je je? Ik denk: bewust. Het probleem met bekeken worden is dat je je overal denkt toe te moeten verhouden. Ik merk dat als ik in de spiegel kijk waar iemand bij is, want dan zie ik aan mijn blik dat ik nog steeds niet mezelf aankijk, maar die ander, want ik herken mezelf niet. Ik kijk heel kort in de spiegel (met een peinzende blik die, besef ik nu, aan de ander uit moet leggen waaróm ik in de spiegel kijk) en als ik al frommel dan frommel ik dus, in plaats van, ik weet niet, met heel veel aandacht iets uit mijn oog halen, of mijzelf bekijken vanaf plezantere camerastandpunten dan recht van voren.
Het is als wanneer je gefilmd wordt terwijl je loopt.
Of zelfs zoals wanneer je merkt dat je ademt.
Een mens die aangepast zou zijn aan deze nieuwe tijd zou er dus een van de volgende twee moeten zijn:
- iemand die zich enkel verhoudt tot zichzelf, en zijn bewustzijn als enig alziend oog beschouwt, terwijl hij zich niet bekommert om de mensen die om hem heem staan terwijl hij in zijn neus peutert
- iemand die zich louter verhoudt tot de wereld, en daarin geen wens heeft om zich in zichzelf te kunnen keren en schaamteloos te zijn.
Maar, then again: zou je de keuze hebben, zou één van deze twee dan aanlokkelijk zijn?
Wat mij meer aantrekt, is een soort van omgeving waarin je absolute zekerheid hebt op privacy. Dat moet dus binnen zijn en je mag niet interessant genoeg zijn om voor wie dan ook een reden te zijn een heel klein cameraatje in je buurt te verbergen, en idealiter ben je ook alleen.
Alleen in een kartonnen doos op je kamer.
Goed. op het plafond van de kathedraal stond een oog geschilderd. Mijn opa vertelde mij dat dat oog het 'alziend oog van god' voorstelde. Trouwens, misschien was het mijn oma wel die dat vertelde. Maar ik weet nog wel dat ik dat oog zag en wat ik er zoal bij dacht. Ik wilde ook zo realistisch ogen kunnen tekenen. En natuurlijk vroeg ik mij af of, als er een god bestond (dat werd in het midden gelaten), die mij echt altijd kon zien.
Ik kan me ineens een heleboel alziende ogen herinneren.
Sinterklaas, had je. Die wist op de een of andere manier ook alles wat je deed, al leek hij daar in mijn ervaring eerder een sensor voor te hebben dan een oog.
Mijn ouders, die ik soms ineens ontwaarde in de kier van mijn slaapkamerdeur. Nu vind ik dat creepy klinken omdat ik niet graag een persoon zou opmerken in de kier van een deur, maar toen zat de ellende hem er vooral in dat ik op dat tijdstip van de avond niet meer mocht lezen en dus betrapt was.
Leraren op school, en als je dan opkeek van je schrift en zag dat ze al die tijd naar je hadden zitten kijken. En overblijfmoeders op het schoolplein.
En nu dan, bewakingscamera's. In bankgebouwen en op school, of zwaaien naar de pinautomaat, of misschien zelfs in pashokjes en wc's, zoals ik soms heimelijk vrees. Of in boeken van George Orwell of films van Charlie Chaplin.
Een vriend van mij nam ooit met een groepje het zekere voor het onzekere om deze panoptische samenleving een hak te zetten, en stal midden op de dag in een drukke stad zijn eigen fiets met een grote ijzerschaar onder het oog van een bewakingscamera. 'Kom mij dan stoppen', leek zijn schaar te mimen naar de man achter het alziend oog.
De camera en vreemd genoeg ook de mensen op straat deden niets. Wie er dan wint is mij ook niet helemaal duidelijk.
En laten we vooral de satellieten niet vergeten (of verrekijkers of andersoortige telelenzen, for that matter), want daaraan denk ik wel eens als ik in een bos loop en me afvraag of ik hier dan ongezien ben.
Sinds een aantal jaar creëren wij ook alziende ogen achter onze vitrages. We bestaan namelijk op internet. En op internet kan zo'n beetje iedereen komen. Iedereen die daadwerkelijk over een computer en een internetverbinding beschikt, kan op openbare websites loeren. Eigenaars van die websites, ik noem een facebook, kunnen dan weer op álle profielen en dergelijke komen, en de gegevens en privé-informatie zien van hun, ik wou bijna zeggen onderdanen. Hackers zijn nog gezegender met internet, omdat zij zo slim zijn dat ze steeds weer nieuwe manieren vinden om binnen te dringen in onze digitale gegevens. Zo vertelde Ernest mij dat er nu hackers zijn die met een programmaatje alle gegevens in je computer als het ware kunnen opzuigen, als ze bijvoorbeeld in hetzelfde café als jij zitten te laptoppen. Met al je gegevens bedoel ik dan het wachtwoord van je internetbankieren en je gmail enzo.
Maar naast al deze riskante dingen, en gegevens die wij nu eenmaal op internet móéten zetten, doen wij ook met z'n bijna allen vrijwillig mee aan het posten van persoonlijke informatie op internet met gebruik van sociale media.
En waar heb ik het over! Buiten die computer bestaan we ook nog. Flaneren we al in de avonden zwalkend over de straten sinds de uitvinding van elektriciteit.
In feite is de hele maatschappij een alziend oog.
Wat doe je met een alziend oog? Hoe gedraag je je? Ik denk: bewust. Het probleem met bekeken worden is dat je je overal denkt toe te moeten verhouden. Ik merk dat als ik in de spiegel kijk waar iemand bij is, want dan zie ik aan mijn blik dat ik nog steeds niet mezelf aankijk, maar die ander, want ik herken mezelf niet. Ik kijk heel kort in de spiegel (met een peinzende blik die, besef ik nu, aan de ander uit moet leggen waaróm ik in de spiegel kijk) en als ik al frommel dan frommel ik dus, in plaats van, ik weet niet, met heel veel aandacht iets uit mijn oog halen, of mijzelf bekijken vanaf plezantere camerastandpunten dan recht van voren.
Het is als wanneer je gefilmd wordt terwijl je loopt.
Of zelfs zoals wanneer je merkt dat je ademt.
Een mens die aangepast zou zijn aan deze nieuwe tijd zou er dus een van de volgende twee moeten zijn:
- iemand die zich enkel verhoudt tot zichzelf, en zijn bewustzijn als enig alziend oog beschouwt, terwijl hij zich niet bekommert om de mensen die om hem heem staan terwijl hij in zijn neus peutert
- iemand die zich louter verhoudt tot de wereld, en daarin geen wens heeft om zich in zichzelf te kunnen keren en schaamteloos te zijn.
Maar, then again: zou je de keuze hebben, zou één van deze twee dan aanlokkelijk zijn?
Wat mij meer aantrekt, is een soort van omgeving waarin je absolute zekerheid hebt op privacy. Dat moet dus binnen zijn en je mag niet interessant genoeg zijn om voor wie dan ook een reden te zijn een heel klein cameraatje in je buurt te verbergen, en idealiter ben je ook alleen.
Alleen in een kartonnen doos op je kamer.
18 mei 2011
17 mei 2011
E* mijn vormgeef* (ik kan het niet weerstaan!)
Vandaag heeft mijn vormgeefster een presentatie voor mij gehouden!! Mijn Voormgeefster! Houdt Presentaties! Voor Mij!!
En ze had hele goede ideeën en dummies en eentje was op schaal! Een schaalmodelletje!! Voor mij! Awh!! Ik ben zo blij, het wordt zo mooi!
PS ze heet Ester Bartels en dit is haar website!
En ze had hele goede ideeën en dummies en eentje was op schaal! Een schaalmodelletje!! Voor mij! Awh!! Ik ben zo blij, het wordt zo mooi!
PS ze heet Ester Bartels en dit is haar website!
9 mei 2011
EINDEXAMENEXPOSITIE
Wat: expositie van mijn afstudeerwerk en dat van mijn briljante klasgenoten.
Opening: donderdag 30 juni vanaf 16:00 tot 21:00
Wanneer nog meer:
Vrijdag 1 juli 10.00 - 21.00 uur
Zaterdag 2 juli 11.00 - 17.00 uur
Zondag 3 juli 11.00 - 17.00 uur
Waar: HKU faculteit BKV, Ina Boudier-Bakkerlaan 50, Utrecht
Je bent van harte welkom!
Abonneren op:
Reacties (Atom)
